ECLI:NL:RBDHA:2015:1740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens onredelijke strafrechtelijke vervolging intellectuele-eigendomsfraude
De zaak betreft een verdachte die op of omstreeks 1 juli 2013 te 's-Gravenhage een vervalst horloge met het merk Omega te koop heeft aangeboden of in voorraad had. Het openbaar ministerie vorderde een geldboete of subsidiair hechtenis wegens overtreding van artikel 337 lid 1 onder Pro a Wetboek van Strafrecht.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat civielrechtelijke handhaving in plaats van strafrechtelijke handhaving geïndiceerd was. De politierechter toetste deze vordering aan de Aanwijzing intellectuele-eigendomsfraude van het College van procureurs-generaal, die als recht in de zin van artikel 79 RO Pro geldt.
De rechter concludeerde dat het strafrechtelijke belang ontbrak: er was geen bedreiging van volksgezondheid of veiligheid, geen aanwijzingen van georganiseerde criminaliteit, geen grootschalige inbreuk, en geen recidive die het algemeen belang rechtvaardigt. De eerdere veroordelingen betroffen andere delicten en de strafbeschikking voor een soortgelijk feit was in verzet. Daarom was het openbaar ministerie niet in redelijkheid tot vervolging gekomen.
De politierechter verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending van de beginselen van behoorlijke procesorde en het ontbreken van een voldoende strafrechtelijk belang.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende strafrechtelijk belang voor vervolging.