ECLI:NL:RBDHA:2015:16404
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen rechters rechtbank Den Haag in strafzaken
Twee verdachten in strafzaken bij de rechtbank Den Haag verzochten om wraking van drie rechters nadat hun verzoek om getuigen te horen was afgewezen. De wrakingskamer behandelde de verzoeken op 21 september 2015 en concludeerde dat de afwijzing van het getuigenverzoek een processuele beslissing betreft die niet inhoudelijk door de wrakingskamer wordt getoetst.
Verzoekers stelden dat de afwijzing onbegrijpelijk was en duidde op vooringenomenheid, mede omdat de rechtbank de gronden voor het horen van getuigen onjuist had weergegeven en de motivering onvoldoende was. De rechters ontkenden elke vooringenomenheid en stelden dat het niet honoreren van verzoeken geen grond voor wraking vormt.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden of feiten waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De kamer benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat de uiterlijke schijn ook in aanmerking wordt genomen. De wrakingsverzoeken werden daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken tegen de rechters zijn afgewezen wegens ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.