ECLI:NL:RBDHA:2015:15989
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging zwaar inreisverbod wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
De rechtbank Den Haag heeft op 24 september 2015 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiser beroep instelde tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel en tegen een opgelegd zwaar inreisverbod van tien jaar. Verweerder had de aanvraag afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser als leidinggevende van een paramilitaire politie-eenheid in de Centraal Afrikaanse Republiek betrokken zou zijn geweest bij ernstige mensenrechtenschendingen zoals onwettige arrestaties, foltering en buitengerechtelijke executies.
De rechtbank volgde de stelling van verweerder dat eiser persoonlijk heeft deelgenomen aan deze misdrijven en dat deze gedragingen niet gerechtvaardigd kunnen worden door de context van een oorlogssituatie of het doel van het bestrijden van zware criminaliteit. Op grond hiervan werd het zwaar inreisverbod gehandhaafd en het beroep daarop ongegrond verklaard. Omdat eiser door het inreisverbod geen belang had bij het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag, werd dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd het beroep tegen het terugkeerbesluit ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strenge toepassing van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag bij betrokkenheid bij ernstige mensenrechtenschendingen, ook in situaties van interne conflicten of anarchie.
Uitkomst: Het beroep tegen het zwaar inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet-ontvankelijk.