ECLI:NL:RBDHA:2015:15160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke PIJ-maatregel na niet-naleving voorwaarden
De veroordeelde is bij vonnis van 28 mei 2014 veroordeeld tot een voorwaardelijke PIJ-maatregel met een proeftijd van twee jaar, waarbij hij zich moest houden aan aanwijzingen van de jeugdreclassering. Na meerdere overtredingen, waaronder weglopen uit een gesloten jeugdinstelling en vermoedelijke betrokkenheid bij criminele activiteiten, heeft de officier van justitie gevorderd de maatregel ten uitvoer te leggen.
Tijdens de zitting op 4 december 2015 heeft de verdediging betoogd dat de tenuitvoerlegging een te zware maatregel is en dat minder ingrijpende alternatieven, zoals plaatsing in een gesloten jeugdinstelling, voorhanden zijn. De officier van justitie handhaafde de vordering, stellende dat de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden en dat het risico op recidive hoog is.
De rechtbank concludeert dat de veroordeelde zich meermalen heeft onttrokken aan begeleiding en behandeling en dat civiele trajecten onvoldoende resultaat hebben opgeleverd. Gezien de agressieregulatieproblematiek en het belang van een gedwongen kader acht de rechtbank de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel noodzakelijk voor een goede lange termijn ontwikkeling van de veroordeelde.
Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.