ECLI:NL:RBDHA:2015:15122
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Afghaans gezin wegens gebrek aan nieuwe feiten en geen schending artikel 3 EVRM
Eisers, een Afghaans gezin met drie minderjarige kinderen, hebben herhaalde aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De eerdere aanvragen werden afgewezen vanwege twijfel over de authenticiteit van documenten en ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank stelt vast dat de huidige aanvragen herhaalde aanvragen zijn zonder nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat eisers geen rechtens relevante nieuwe feiten hebben aangevoerd. De authenticiteit van de overgelegde documenten kon niet worden vastgesteld en zelfs een contra-expertise zou hieraan niets veranderen. Daarnaast is de inhoud van de aangifte niet afkomstig van een objectieve bron en ontbreekt onderbouwing van de medische documenten.
Eisers voerden aan dat hun dove dochter in Afghanistan ernstig wordt gediscrimineerd en daardoor niet kan functioneren, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren. De rechtbank volgt dit niet, verwijzend naar jurisprudentie waarin alleen in uitzonderlijke, levensbedreigende situaties een schending kan worden aangenomen. De medische situatie van de dochter is niet levensbedreigend en het gezin biedt een vangnet. Het land neemt bovendien maatregelen voor mensen met een beperking.
Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af wegens gebrek aan nieuwe feiten en geen schending van artikel 3 EVRM.