Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[verdachte]
Inhoud van het verzoek.
Procesgang.
Overweging.
andersdan op verzoek van de officier van justitie. Zij verwijst hiertoe naar de letterlijke tekst van artikel 59a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (“De rechter-commissaris bepaalt, na daartoe van de officier van justitie een verzoek te hebben ontvangen, onverwijld tijd en plaats van het verhoor”), naar de literatuur (Melai/Groenhuijsen, artikelsgewijs commentaar bij artikel 59a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, aantekeningen 7 en 8) en naar de parlementaire geschiedenis bij het betreffende wetsartikel (
Kamerstukken II, 21225, nr. 12, p. 3-4).
Beslissing.
niet-ontvankelijk.