Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- de verklaring van eiser [Naam 2] te zijn, afkomstig uit Zhuhai, China en in het bezit van de Chinese nationaliteit;
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door verweerder is afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat eiser bij zijn aanvraag valse personalia heeft opgegeven en zich heeft ontdaan van belangrijke documenten, wat afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Hoewel eiser later zijn juiste personalia heeft opgegeven, leidt dit niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de bekering tot het christelijke geloof Yinxinchenyi oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende vragen heeft gesteld om het proces van bekering te toetsen, waardoor dit standpunt niet kan worden gehandhaafd. Echter, de bekering tot de verboden stroming Quannengshen acht de rechtbank terecht ongeloofwaardig, mede omdat eiser geen persoonlijke beweegredenen heeft gegeven en de stroming door de Chinese overheid als ‘evil cult’ wordt beschouwd.
Omdat de gestelde problemen in China uitsluitend verband houden met deze laatste bekering, leidt het niet aannemelijk maken daarvan tot afwijzing van de aanvraag. De rechtbank bevestigt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gezocht wordt door de Chinese autoriteiten. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en valse personalia.