ECLI:NL:RBDHA:2015:13965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Hammer
- D.A.J. Overdijk
- F.M.J. den Houdijker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen bij werkneemster met psychische klachten
Eiseres, een stichting, werd geconfronteerd met een loonsanctie opgelegd door het UWV omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor een werkneemster die sinds een verkeersongeval met psychische klachten kampte. De werkneemster was gedeeltelijk hervat in werk, maar meldde zich opnieuw ziek. Het UWV handhaafde de loonsanctie omdat eiseres niet voldeed aan haar verplichtingen.
Eiseres voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was genomen, dat het recht op hoor en wederhoor was geschonden en dat het medisch oordeel van de bedrijfsarts van eiseres niet voldoende werd meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en dat de verzekeringsartsen van het UWV de medische gegevens adequaat hadden beoordeeld.
De kern van het geschil betrof de vraag of de werkneemster benutbare mogelijkheden had voor arbeid. De rechtbank stelde vast dat de werkneemster vanaf april 2014 belastbaar was voor ongeveer 20 uren per week, ondanks de psychische klachten. Eiseres had ten onrechte het blokkerend advies van haar bedrijfsarts gevolgd, waardoor zij onvoldoende re-integratie-inspanningen verrichtte.
De rechtbank verwierp de stelling dat het UWV een vertragende rol had gespeeld en concludeerde dat de loonsanctie terecht en op goede gronden was opgelegd en gehandhaafd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie is ongegrond verklaard en het besluit van het UWV gehandhaafd.