ECLI:NL:RBDHA:2015:13446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Praamstra
- G.A. Bouter-Rijksen
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij meerderjarige zoon wegens ontbreken gezinslidstatus
Eiser, van Turkse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier aan voor verblijf bij zijn meerderjarige zoon in Nederland. Hij ontvangt een maandelijkse AOW-uitkering vanuit Nederland en verblijft sinds 1986 niet meer rechtmatig in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan het unierechtelijke begrip gezinslid zoals bedoeld in artikel 7 van Pro Besluit 1/80, omdat hij niet ten laste komt van zijn zoon en geen sprake is van meer dan normale emotionele banden. Hierdoor kan eiser geen rechten ontlenen aan Besluit 1/80 en is vrijstelling van het mvv-vereiste niet van toepassing.
Eiser voerde aan dat het mvv-vereiste onevenredig hard is vanwege zijn langdurig verblijf in Nederland, zijn kwetsbare gezondheid en het ontbreken van verzorging in Turkije. De rechtbank acht deze argumenten onvoldoende om af te wijken van het beleid en concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt afgewezen.