ECLI:NL:RBDHA:2015:13239
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak schijnrelatie bij aanvraag verblijfsdocument
Verzoeker, van Ghanese nationaliteit, heeft meerdere aanvragen gedaan voor een document op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij telkens is vastgesteld dat sprake is van een schijnrelatie met als doel het verkrijgen van verblijfsrecht. Na eerdere afwijzingen en onherroepelijke besluiten heeft verzoeker opnieuw een aanvraag ingediend met aanvullende documenten, waaronder een gelegaliseerde verklaring, arbeidsovereenkomsten, bankafschriften en een huwelijksakte.
De voorzieningenrechter beoordeelt of deze nieuwe stukken als nova kunnen gelden, dat wil zeggen of ze nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die het eerdere negatieve oordeel over de relatie kunnen weerleggen. De stukken zijn weliswaar van latere datum, maar bieden geen verklaring voor de eerder vastgestelde tegenstrijdige verklaringen die tot het oordeel van een schijnrelatie hebben geleid.
Met name het met dubbele handschoen gesloten huwelijk wordt niet als voldoende bewijs gezien voor een duurzame en oprechte relatie. De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit in bezwaar naar verwachting zal standhouden en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of toepassing van artikel 78 Vw Pro.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangetoond.