Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit de verblijfsvergunning asiel van eiser met terugwerkende kracht ingetrokken. De grond voor vergunningverlening is komen te vervallen omdat het categoriaal beschermingsbeleid voor Ivoorkust is beëindigd. Verweerder heeft vervolgens beoordeeld of eiser in aanmerking komt voor vergunningverlening op één van de overige gronden van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Verweerder stelt dat eiser ten tijde van de vergunningverlening verwijtbaar ongedocumenteerd was. Nu aan de gestelde herkomst en etniciteit getwijfeld wordt, gaat van zijn asielrelaas geen positieve overtuigingskracht uit en wordt het relaas als ongeloofwaardig aangemerkt. Verder is er in Ivoorkust volgens verweerder geen sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG, thans: richtlijn 2011/95/EU (de Definitierichtlijn). Eiser komt volgens verweerder evenmin in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier als alleenstaande minderjarige vreemdeling (hierna: amv).
UNHCR Interim Eligibility Guidelines for Assessing the International Protection Needs of Asylum-seekers from Cote d’Ivoire, van 15 juni 2012. Verder is het, mede gelet op het tijdsverloop, niet redelijk te verwachten dat eiser alsnog in staat is documenten over te leggen. Ten slotte is eiser van mening dat hij ten tijde van de aanvraag als minderjarige in aanmerking kwam voor een vergunning als amv. Als gevolg hiervan dient beoordeeld te worden of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voortgezet verblijf na verblijf als amv.
intercommunity tensions) in een aantal gebieden in Ivoorkust, waaronder Haut-Sassandra, maar ook daaruit kan niet worden afgeleid dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie, als hiervoor bedoeld. Nu aan eiser geen beschermingsaanspraak toekomt op grond van de Definitierichtlijn, kan de vraag of deze richtlijn intrekking met terugwerkende kracht toestaat, onbesproken blijven. De beroepsgrond faalt.
Ter beoordeling staat vervolgens of eiser ten tijde van de vergunningverlening in aanmerking had moeten komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als amv. Eiser is thans weliswaar meerderjarig, maar indien eisers standpunt juist is, had verweerder moeten onderzoeken of eiser in aanmerking behoort te komen voor een reguliere vergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ (thans: humanitair-niet tijdelijk).
Beslissing
verklaart het beroep ongegrond voorzover dit ziet op de intrekking van de
verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
(negenhonderdtachtig euro), te betalen aan eiser.