ECLI:NL:RBDHA:2015:12637

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 november 2015
Publicatiedatum
4 november 2015
Zaaknummer
4365189 RP VERZ 15-50550
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 1 onderdeel a BWArt. 7:669 lid 3 onderdeel g BWArt. 7:671b lid 8 onderdeel a BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder mogelijkheid tot herplaatsing

De werkgever heeft bij de kantonrechter verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en het ontbreken van mogelijkheden tot herplaatsing. De werknemer erkende de verstoorde arbeidsrelatie en gaf aan dat herplaatsing niet mogelijk was.

Tijdens de mondelinge behandeling op 28 september 2015 zijn de standpunten van partijen besproken en is vastgesteld dat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord is. Partijen hebben ter zitting een vaststellingsovereenkomst gesloten die zij zullen nakomen.

De kantonrechter heeft het verzoek van de werkgever toegewezen en de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 december 2015. Er is geen vergoeding toegekend en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 december 2015 wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding zonder mogelijkheid tot herplaatsing.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team kanton Den Haag
FH
Zaaknr.: 4365189 RP VERZ 15-50550
Uitspraakdatum: 4 november 2015
Beschikking in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Oilinvest (Netherlands) B.V.,
gevestigd te Den Haag,
verzoekende partij,
verder te noemen: de werkgever,
gemachtigde: mr. S. Palm,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
verder te noemen: de werknemer,
gemachtigde: mr. M.W.J. van der Horst.

1.Het procesverloop

1.1.
De werkgever heeft de kantonrechter bij verzoekschrift, bij de griffie ingekomen op 16 september 2015, verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. De werknemer heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 28 september 2015 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gevonden. Verschenen zijn [MM] namens de werkgever, vergezeld van de gemachtigde, en de werknemer in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Daarbij zijn door de werknemer pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden.

2.De beoordeling

2.1.
De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk is.
2.2.
De werknemer heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook de werknemer ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing.
2.3.
Nu de werknemer heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer.
2.4.
De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van de werkgever zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 december 2015. De kantonrechter overweegt dat partijen ter zitting een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten en dat zij die overeenkomst zullen nakomen.
2.5.
Nu geen vergoeding wordt toegekend, zal werkgever niet de gelegenheid worden geboden om het verzoek in te trekken.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2015;
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.F. Dam, kantonrechter en op 4 november 2015 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.