Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 november 2015 in de zaak tussen
[X] B.V., te [plaats], eiseres
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, werkgever, maakte bezwaar tegen een WIA-toekenningsbesluit van 3 februari 2012 aan haar oud-werknemer, omdat de premiedifferentiatie in de Wet BeZaVa haar met terugwerkende kracht belang gaf bij dat besluit. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is omdat het besluit in rechte vaststaat en de formele rechtskracht niet doorbroken kan worden zonder strijd met rechtszekerheid.
De rechtbank erkent dat eiseres als gevolg van de Wet BeZaVa een nieuw belang heeft gekregen, maar benadrukt dat dit geen grond is om alsnog rechtsmiddelen tegen een in rechte vaststaand besluit toe te staan. Wel kan de rechtmatigheid van het toekenningsbesluit aan de orde worden gesteld in een procedure over de premievaststelling, zoals ook bij de invoering van de Wet Pemba in 1998 is toegestaan.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit dat het bezwaar gegrond verklaarde en verklaart het bezwaar zelf niet-ontvankelijk. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van rechtszekerheid en de beperkte uitzonderingen op het doorbreken van formele rechtskracht.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres tegen het WIA-toekenningsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep gegrond.