Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
[verzoeker] , verzoeker,
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de feitelijke uitzetting van een gezin naar Armenië op 27 oktober 2015. Verzoekers vorderden dat zij niet uit Nederland verwijderd zouden worden en dat hun opvang niet beëindigd zou worden zolang het beroep tegen het afwijzingsbesluit van hun asielaanvraag loopt.
Verzoekers stelden dat de psychische situatie van een gezinslid verslechterd was en dat er onvoldoende waarborgen waren voor de uitzetting, waaronder begeleiding door een psychiatrisch verpleegkundige en overdracht aan een psychiater in Armenië. Tevens werd aangevoerd dat hun kind vermist was, waardoor uitzetting niet kon plaatsvinden.
Verweerder stelde dat de uitzetting met voldoende waarborgen was omkleed, waaronder begeleiding en medicatie, en dat het gezin bewust had geprobeerd toezicht te frustreren door het kind niet op het opvangcentrum te laten zijn. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat van het beleid om gezinnen niet gescheiden uit te zetten kon worden afgeweken.
De rechtbank concludeerde dat het belang van onmiddellijke overdracht van verzoekers prevaleert boven hun belangen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de feitelijke uitzetting van het gezin wordt afgewezen.