Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Den Haag
De werkgever heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op de kortst mogelijke termijn wegens herhaald niet verschijnen op het werk. De werknemer is sinds 1997 in dienst en viel onder de CAO Contractcatering. Ondanks meerdere verzoeken en waarschuwingen heeft de werknemer haar werk niet hervat en geen contact gezocht.
De kantonrechter stelt vast dat er een redelijke grond voor ontbinding bestaat op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro vanwege het verzuim. Herplaatsing is niet in de rede gezien het ontbreken van weerspreking door de werknemer. Echter, de werkgever heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, waardoor ontbinding op de kortst mogelijke termijn niet gerechtvaardigd is.
De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden, conform artikel 7:672 lid 2 sub d BW Pro en de toepasselijke CAO. De ontbinding gaat in per 1 februari 2016. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2016 met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden.