ECLI:NL:RBDHA:2015:12371
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende gemotiveerde kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van tegenstrijdige verklaringen over zijn burgerlijke staat. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het asielrelaas ongeloofwaardig achtte vanwege onverklaarde discrepanties in het identiteitsdocument van eiser, maar dat de conclusie dat sprake was van kennelijke ongegrondheid onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de juiste toetsingsvolgorde hanteerde en het asielrelaas inhoudelijk beoordeelde. Echter, de tegenstrijdigheden waarop verweerder de kennelijke ongegrondheid baseerde, bleken niet zodanig evident of onwaarschijnlijk dat zij deze grond konden dragen. De verklaringen van eiser over de vermelding 'gehuwd' op zijn taskera betroffen verschillende documenten en waren niet strijdig in de zin van artikel 30b Vw.
Gelet op het belang van een zorgvuldige en transparante geloofwaardigheidsbeoordeling en de rechtsgevolgen van kennelijke ongegrondheid, vernietigde de rechtbank het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.