ECLI:NL:RBDHA:2015:12273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het voorlopige energielabel als besluit in bestuursrechtelijke zin
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de registratie van een voorlopig energielabel G voor zijn woning, terwijl hij beschikt over een definitief energielabel D. Hij stelde de minister voor Wonen en Rijksdienst in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar. De minister verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat de afgifte van een voorlopig energielabel geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overweegt dat een voorlopig energielabel, net als een definitief energielabel, geen besluit is omdat het geen rechtsgevolg heeft en geen bevoegdheid, recht of verplichting voor anderen creëert of wijzigt. De minister registreert alleen de energielabels en neemt geen beslissing over de juistheid van de classificatie. Hierdoor is bezwaar maken tegen de registratie niet mogelijk en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser kan zich niet beroepen op dwangsommen omdat de minister geen besluit heeft genomen waartegen bezwaar mogelijk is. Voor zover eiser schade lijdt door de registratie van het voorlopige energielabel, is dit een feitelijke handeling en dient hij zich tot de burgerlijke rechter te wenden. De rechtbank verklaart zich voor zover het schade betreft onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
De rechtbank wijst het beroep tegen het besluit van 29 mei 2015 af en verklaart zich voor het overige onbevoegd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de registratie van het voorlopige energielabel is niet-ontvankelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard.