ECLI:NL:RBDHA:2015:11598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens niet voldoen aan voorwaarden buiten schuld niet kunnen vertrekken
Eiser heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd op grond van het feit dat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser een inreisverbod heeft en niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden uit de Vreemdelingencirculaire. Eiser voerde aan dat hij niet zelfstandig een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) kon aanvragen omdat de Chinese autoriteiten geen laissez-passer verstrekken, en dat hij wel alle mogelijke inspanningen heeft verricht om terugkeer te realiseren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het beleid niet kennelijk onredelijk heeft toegepast en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij zelfstandig zijn vertrek heeft geprobeerd te realiseren. Het ontbreken van een ambtsbericht met een positief zwaarwegend advies van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) is daarbij doorslaggevend. Ook de stelling dat DT&V geen onafhankelijk positief advies kan geven wordt verworpen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de gevraagde verblijfsvergunning af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier wordt afgewezen.