ECLI:NL:RBDHA:2015:1155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.E. Postema
- M.A. Dirks
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag bevestigt rechtmatigheid van pseudo-eindheffing hoog loon
Eiseres, een financiële holding met één werknemer en aandeelhouder, maakte bezwaar tegen de pseudo-eindheffing hoog loon van € 22.969 die zij had afgedragen over het loon van 2012. Zij stelde dat deze heffing in strijd was met de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro vanwege het ontbreken van een fair balance, willekeur en ongelijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 voldoende basis biedt voor de heffing en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het treffen van fiscale maatregelen. De pseudo-eindheffing is onderdeel van een pakket aan maatregelen om het begrotingstekort terug te dringen en is niet willekeurig of arbitrair.
Verder concludeerde de rechtbank dat de heffing niet in strijd is met artikel 1 EP Pro omdat deze voorzienbaar en toegankelijk is en dat de wetgever een redelijke verhouding heeft gewaarborgd tussen het algemeen belang en de bescherming van individuele rechten. Ook het onderscheid in behandeling van verschillende groepen belastingplichtigen is volgens de rechtbank objectief en redelijk gerechtvaardigd.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de pseudo-eindheffing hoog loon.