Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
actuelebedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, heeft gesteld dat sprake is van zeer ernstige feiten. Voorts is gewezen op het persoonlijk gedrag van eiser tijdens het geweldsdelict van 2011, de strafverzwarende omstandigheden die zijn aangehaald in het strafvonnis en de invloed van het handelen van eiser op het slachtoffer en de Nederlandse samenleving. Daarnaast is gewezen op het feit dat eiser eerder in aanraking is geweest met politie en justitie in Nederland en in Duitsland. Deze aspecten zijn echter, gelet op hetgeen in de richtsnoeren staat vermeld, onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat er ten tijde van het nemen van het bestreden besluit recidivegevaar bestond en dat daarom nog immer sprake is van een actuele bedreiging van de openbare orde. Hetgeen verweerder in het primaire besluit heeft overwogen, te weten dat verweerder “aanneemt” dat geen verbetering in het gedrag van eiser is opgetreden omdat hij sinds zijn veroordeling in detentie verblijft, is voorts onvoldoende omdat de conclusie dat geen sprake is van een positieve verandering in het gedrag van de vreemdeling gebaseerd moet zijn op een deugdelijk onderzoek naar de feiten. Verweerder heeft, door na te laten onderzoek te verrichten naar het (actuele) gedrag van eiser, miskend dat het op grond van de richtsnoeren de nationale autoriteiten zijn die moeten aantonen dat het persoonlijke gedrag van de betrokkene een bedreiging voor de openbare orde vormt.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit op bezwaar te herstellen met inachtneming van hetgeen de rechtbank in deze tussenuitspraak heeft overwogen, onder de voorwaarde dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak aan de rechtbank te kennen geeft van die gelegenheid gebruik te willen maken;
- houdt iedere verdere beslissing aan.