Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Procedure
- het verzoekschrift met producties, ter griffie ingekomen op 30 juli 2015,
- het verweerschrift, ter griffie ingekomen op 27 augustus 2015;
- de brief van 28 augustus 2015, van de zijde van HMS, met producties.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van NV Haagse Milieuservices (HMS) tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer, gebaseerd op verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer is sinds 1999 in dienst en heeft meerdere incidenten gehad, waaronder officiële waarschuwingen, schorsingen en een voorwaardelijk ontslag met proeftijd.
HMS stelt dat recente incidenten in juli 2015, zoals het eerder beginnen en verlaten van de werkplek zonder toestemming en het veroorzaken van een aanrijding zonder melding, de arbeidsovereenkomst onhoudbaar maken. De werknemer betwist dit en voert aan dat hij geen verwijtbaar handelen heeft gepleegd, dat hij analfabeet is en dat HMS geen verbetertraject of herplaatsingspogingen heeft ondernomen.
De kantonrechter overweegt dat het incident van 14 juli 2015 onvoldoende is bewezen als verwijtbaar handelen en dat het incident van 12 juli 2015 op zichzelf niet ernstig genoeg is. Eerdere incidenten kunnen niet worden opgeteld vanwege het beëindigen van de proeftijd in 2014. Bovendien is het analfabetisme van de werknemer vastgesteld, wat betekent dat HMS onvoldoende zorg heeft besteed aan communicatie van regels.
Gelet op het ontbreken van een verbetertraject en het feit dat HMS alleen repressieve maatregelen heeft genomen, is niet voldaan aan het vereiste van ernstig verwijtbaar handelen of een zodanig verstoorde arbeidsrelatie dat ontbinding gerechtvaardigd is. De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt HMS in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is afgewezen wegens onvoldoende verwijtbaar handelen en verstoorde arbeidsrelatie.