ECLI:NL:RBDHA:2015:11105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning als slachtoffer mensenhandel na sepot
Eiseres, geboren in 1979 en van Sierraleoonse nationaliteit, diende in 2012 een asielaanvraag in die werd afgewezen. In 2013 deed zij aangifte als slachtoffer van mensenhandel, waarna zij een verblijfsvergunning kreeg onder de beperking 'tijdelijke humanitaire gronden'. Na sepot van de aangifte in november 2013 trok de staatssecretaris de vergunning met terugwerkende kracht in en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond.
Eiseres voerde aan dat zij bijzondere individuele omstandigheden had die verlenging van verblijf rechtvaardigden, waaronder angst voor represailles van een geheim genootschap en haar gezinsleven met een Nederlander en hun kind. De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en dat de omstandigheden geen rechtstreeks verband hielden met mensenhandel.
De rechtbank overwoog verder dat de belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het gezinsleven werd meegewogen, evenwichtig was en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 24 Handvest Pro niet slaagde. De banden met Sierra Leone en de korte verblijfsduur in Nederland speelden hierbij een rol. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel wordt ongegrond verklaard.