De moeder verzocht de rechtbank om de geboortedatum van haar minderjarige dochter vast te stellen op 26 april 2006, in afwijking van de geboortedatum 1 januari 2003 zoals geregistreerd in de burgerlijke stand. Ter onderbouwing overlegde zij twee medische verklaringen die een aanzienlijke afwijking in skeletleeftijd aangaven, maar deze verschilden onderling en boden geen eenduidige basis voor vaststelling van de geboortedatum.
Daarnaast werd een DNA-rapport overgelegd dat de biologische moederrelatie bevestigde, maar dit rapport voldeed niet aan de accreditatie-eisen en werd daarom buiten beschouwing gelaten. De rechtbank stelde dat voor wijziging van reeds geregistreerde persoonsgegevens overtuigend bewijs vereist is.
Gezien de discrepantie tussen de medische verklaringen en het ontbreken van een geaccrediteerd DNA-rapport concludeerde de rechtbank dat het verzoek onvoldoende onderbouwd was. De rechtbank wees het verzoek daarom volledig af en ging ervan uit dat verzoekster geen belang meer had bij verdere vaststelling van geboortegegevens.