ECLI:NL:RBDHA:2015:1080
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Eervol ontslag wegens onbekwaamheid zonder ziektegrond bij Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
Eiser was werkzaam bij de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) en kreeg op 28 november 2013 eervol ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor zijn functie, anders dan op grond van ziekte. Dit ontslag werd voorafgegaan door diverse onderzoeken en gesprekken waarin werd vastgesteld dat eiser niet geschikt was voor zijn functie als medewerker frontoffice. De re-integratiefase van acht maanden ging in op de eerste werkdag na verzending van het ontslagbesluit.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, stellende dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn bezwaar toe te lichten in aanwezigheid van verweerder en dat hij wel geschikt was voor zijn functie. De rechtbank oordeelde dat artikel 7:6 Awb Pro niet van toepassing was omdat er geen sprake was van meerdere belanghebbenden. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en eiser stelde beroep in.
De rechtbank overwoog dat ongeschiktheid moet worden aangetoond aan de hand van concrete gedragingen. Diverse deskundigen hadden vastgesteld dat eiser niet over de vereiste eigenschappen beschikte en dat voortzetting van zijn functie zou kunnen leiden tot een majore depressie. Eiser erkende zelf beperkingen en het ontbreken van passende werkzaamheden binnen de organisatie was vastgesteld. De rechtbank vond dat verweerder terecht eervol ontslag had verleend en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag wegens onbekwaamheid wordt ongegrond verklaard.