ECLI:NL:RBDHA:2015:10682
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf als familie- of gezinslid wegens niet voldoen aan familierechtelijke relatie en meerderjarigheid
Eiseres, met de Somalische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar referente. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat de gestelde relatie van achternicht niet onder het begrip familie- of gezinslid valt volgens de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit 2000. Tevens was eiseres kort na de aanvraag meerderjarig geworden, waardoor niet aan de voorwaarden werd voldaan.
Eiseres voerde aan dat zij als pleegkind bij haar referente wilde verblijven en dat er sprake was van schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat zij al sinds haar jeugd door referente werd verzorgd. Ook stelde zij dat zij als alleenstaande vrouw in Somalië risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de reguliere procedure geen asielgerelateerde gronden toetst en dat de relatie niet voldeed aan de wettelijke definitie van familie- of gezinslid.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij in Somalië geen aanvaardbare toekomst had en dat de financiële steun van referente niet leidde tot een onaanvaardbare situatie. De rechtbank volgde het standpunt van de staatssecretaris dat er geen sprake was van een beschermde familie- of gezinsrelatie en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid is ongegrond verklaard.