ECLI:NL:RBDHA:2015:10278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige en oplegging inreisverbod wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel zelfstandige arbeid bij Amin Supermarkt. De aanvraag werd afgewezen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd vanwege een onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan, dat niet voldeed aan de vereisten van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Eiser voerde in beroep aan dat het inreisverbod in strijd was met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, en dat hij onterecht niet in bezwaar was gehoord. Tevens stelde hij dat hem onvoldoende tijd was gegund om aanvullende stukken te overleggen.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen volledig en met objectieve stukken onderbouwd ondernemingsplan had overgelegd, ook niet in bezwaar, en dat de stukken die pas in beroep werden ingediend niet in aanmerking konden worden genomen. De rechtbank vond het inreisverbod niet in strijd met de standstill-bepaling omdat eiser illegaal verbleef. Ook was het niet onrechtmatig dat eiser niet in bezwaar werd gehoord, aangezien geen nieuwe feiten waren ingebracht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.