ECLI:NL:RBDHA:2014:9948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid na opzettelijk brandstichten
Op 15 april 2014 stichtte verdachte opzettelijk brand in zijn woning te 's-Gravenhage door vuur in aanraking te brengen met terpentine, waardoor de woning en inboedel uitbrandden. Er bestond daarbij een reëel gevaar voor omliggende woningen en bewoners.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het feit heeft begaan. Psychiatrisch en psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan een schizo-affectieve stoornis met een manisch-psychotisch paranoïde toestandsbeeld en daarnaast aan middelenafhankelijkheid. Hierdoor was verdachte ten tijde van het delict volledig ontoerekeningsvatbaar.
De rechtbank volgde de deskundigen en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid. Gelet op het gevaar dat verdachte vormt en het recidiverisico legde de rechtbank een maatregel op van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.
De maatregel is bedoeld om verdachte intensief klinisch te behandelen en recidive te voorkomen. Na de klinische behandeling dient ambulante zorg te worden voortgezet. De rechtbank baseerde zich op de artikelen 37, 39 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 12 augustus 2014.
Uitkomst: Verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.