ECLI:NL:RBDHA:2014:9932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing ongewenstverklaring wegens drugsdelict en gezinsleven
Eiseres is in 2002 ongewenst verklaard vanwege een drugsdelict waarvoor zij in Duitsland is veroordeeld tot 2,5 jaar gevangenisstraf. Zij verzocht in 2012 om opheffing van deze ongewenstverklaring, maar dit verzoek werd door verweerder afgewezen. Eiseres betoogde onder meer dat de termijn van tien jaar verblijf buiten Nederland reeds was verstreken en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat eiseres pas in 2011 daadwerkelijk Nederland heeft verlaten en dat de termijn van tien jaar daarom nog niet was aangevangen. Verweerder heeft terecht de belangen van de Nederlandse samenleving meegewogen, gezien het ernstige misdrijf. Er is geen objectieve belemmering voor de partner en zoon van eiseres om zich in het land van herkomst te vestigen.
Verder is geoordeeld dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is op eiseres omdat zij niet verblijft in een lidstaat en dat verweerder niet ambtshalve de ongewenstverklaring hoefde om te zetten in een inreisverbod voor bepaalde duur. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.