Uitspraak
Rechtbank Den HAAG
Internationale kinderontvoering/internationale zorg- en contactregeling
Beschikking op het op 17 juni 2014 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift.
Rechtbank Den Haag
Partijen, gehuwd en ouders van een minderjarige met dubbele nationaliteit, zijn na een internationale kinderontvoering betrokken geraakt bij een procedure over de verblijfplaats van het kind.
De moeder vertrok in juni 2013 met het kind vanuit de Verenigde Staten naar Nederland, waarna de vader een teruggeleidingsverzoek indiende. Tijdens een regiezitting is crossborder mediation ingezet, wat leidde tot een succesvolle minnelijke regeling.
Op 6 juli 2014 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin zij overeenkwamen dat het kind gedurende de basisschoolperiode bij de moeder in Nederland zal verblijven en daarna bij de vader in de Verenigde Staten. De vader trok zijn teruggeleidingsverzoek onder voorwaarde van opname van deze overeenkomst in een beschikking in.
De rechtbank verklaarde zich bevoegd en nam de vaststellingsovereenkomst op in de beschikking, waarbij zij de kostenveroordeling afwees en de eigen kosten aan partijen toebedeelde. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank nam de vaststellingsovereenkomst op in de beschikking en wees het teruggeleidingsverzoek af.