ECLI:NL:RBDHA:2014:9265
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing mutatiebeleid vervanging disfunctionerende assistent in opleiding niet onevenredig
Stichting Groene Hart Ziekenhuis vordert in deze bestuursrechtelijke procedure de herziening van het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) waarbij de subsidie voor de zorgopleidingen 1e tranche 2012 is vastgesteld. Het geschil betreft de niet-subsidiëring van de instroom van een assistent in opleiding (aios) gynaecologie die per 15 december 2012 als vervangster is ingestroomd van een bij het LUMC uitgevallen aios. De minister handhaafde het besluit dat deze vervanging niet subsidiabel is omdat deze niet voldoet aan de voorwaarden van het mutatiebeleid.
De rechtbank overweegt dat het mutatiebeleid een verduidelijking en wijziging is van eerdere gedragslijnen en dat het aan de opleidingsinrichting is om bij twijfel het geldende beleid te verifiëren. Het beleid vereist toestemming voor mutaties die leiden tot meer opgeleide personen dan waarvoor subsidie is verleend. Tevens volgt uit de regelgeving dat vervanging van een uitgevallen aios alleen mogelijk is binnen dezelfde opleidingsinrichting, niet daarbuiten, ook niet bij regionale samenwerking.
De rechtbank acht het besluit niet in strijd met het doel van de regeling en het mutatiebeleid en oordeelt dat de gevolgen van het besluit niet onevenredig zijn, mede omdat de aios vanaf 1 januari 2014 via de Nederlandse Zorgautoriteit subsidie ontvangt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Groene Hart Ziekenhuis tegen het niet subsidiëren van de vervanging van een disfunctionerende assistent in opleiding wordt ongegrond verklaard.