Uitspraak
ABVAKABO FNV,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
allekosten van rechtsbijstand in verband met het arbeidsgeschil is ruimer dan dat en dient reeds daarom te worden afgewezen.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele zaak vordert eiseres dat de vakbond Abvakabo FNV gehouden wordt tot vergoeding van alle kosten voor rechtsbijstand die zij sinds 24 september 2010 heeft gemaakt en nog zal maken in haar arbeidsgeschil met de Nederlandse Antillen en/of gelieerde organisaties. De rechtsbijstand werd vanaf 2006 verleend door een extern advocaat met instemming van Abvakabo, waarbij een tarief van € 200 per uur werd afgesproken.
De kern van het geschil betreft de reikwijdte van de plicht van Abvakabo tot vergoeding van deze kosten en de voorwaarden waaronder deze vergoeding plaatsvindt, waaronder het recht van Abvakabo tot inzage in dossiers en het beoordelen van de redelijkheid van de kosten. De rechtbank stelt vast dat Abvakabo in beginsel gehouden is tot vergoeding van redelijke kosten zolang het geschil voortduurt, mits eiseres haar informatieplicht nakomt.
De rechtbank wijst de primaire vordering tot onvoorwaardelijke vergoeding af, maar wijst subsidiair toe dat Abvakabo gehouden is tot vergoeding van redelijke kosten onder de gestelde voorwaarden. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen omdat deze geacht worden te zijn verdisconteerd in een eerdere vaststellingsovereenkomst.
De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid, transparantie en samenwerking tussen vakbond en lid bij de financiering van rechtsbijstand.
Uitkomst: Abvakabo FNV is gehouden tot vergoeding van redelijke kosten van rechtsbijstand vanaf 24 september 2010 onder voorwaarden van redelijkheid en informatieverstrekking.