ECLI:NL:RBDHA:2014:8900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging boete wegens te late melding werkhervatting WW-uitkering
Eiser ontving een WW-uitkering en meldde zijn werkhervatting van 9 september 2013 pas op 28 oktober 2013, wat te laat was volgens de inlichtingenplicht. Verweerder legde een boete op van €680, 25% van het benadelingsbedrag van €2.701. Eiser voerde aan dat de boete onevenredig was en dat hij geen intentie tot fraude had, mede vanwege persoonlijke omstandigheden en eerdere ervaringen waarbij latere meldingen geen sancties opleverden.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat verweerder terecht een boete oplegde. Wel achtte de rechtbank rekening te houden met de zelfmelding binnen twee maanden, het besef van eiser dat hij geen recht meer had op uitkering na werkhervatting, en het directe terugbetalen van het teveel ontvangen bedrag. Ook vond de rechtbank dat de persoonlijke omstandigheden niet tot volledige vrijstelling leidden.
Op basis van de evenredigheidstoets matigde de rechtbank de boete naar €340. Tevens oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden, dat de bezwaarprocedure correct was gevolgd en dat eiser recht heeft op vergoeding van het betaalde griffierecht. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen met deze nieuwe boetebepaling.
Uitkomst: De boete wegens te late melding van werkhervatting wordt gematigd van €680 naar €340.