ECLI:NL:RBDHA:2014:8895
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens schending mededelingsplicht toeslag
Eiser ontving een toeslag op zijn WAO-uitkering en werd door het UWV beboet omdat hij niet had gemeld dat zijn zoon sinds juli 2012 niet meer bij hem woonde. Het UWV legde een boete op van €3.792,22, gelijk aan het benadelingsbedrag. Eiser stelde dat hij de wijziging wel had doorgegeven via een wijzigingsformulier en telefonisch contact, en verwees naar andere instanties die de wijziging hadden verwerkt.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn mededelingsplicht niet was nagekomen omdat geen bewijs was dat het wijzigingsformulier tijdig was ingediend bij het UWV en er geen telefoongesprekken waren geregistreerd. De boete was terecht opgelegd, maar het UWV had verzuimd rekening te houden met de oude beleidsregel die matiging van de boete mogelijk maakt bij financiële omstandigheden.
De rechtbank matigde de boete daarom tot €654. De persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals zijn ziekte en het overlijden van familieleden, werden niet voldoende onderbouwd om tot verdere verlaging te leiden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en stelde de boete vast op het gematigde bedrag. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens niet melden wijziging leefsituatie is gematigd vastgesteld op €654.