Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juli 2014 in de zaken tussen
[eiser], te [plaats], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Het bestreden besluit 2 berust op het standpunt dat verweerder voor de vaststelling van de hoogte van het maandelijkse invorderingsbedrag moet handelen conform artikel 4 van Pro de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen (Regeling). Daarin is bepaald dat de geldschuld ter zake van een boete in principe binnen 12 maanden moet worden betaald en dat de volledige aflossingscapaciteit daarbij wordt betrokken. Bij het berekenen van de aflossingscapaciteit heeft verweerder acht geslagen op het door eiser ingevulde formulier “Inkomens- en vermogensonderzoek”. Het beleid van verweerder is dat bij deze vaststelling met niet-preferente schuldeisers geen rekening wordt gehouden.