ECLI:NL:RBDHA:2014:8528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen wegens onttrekking aan vreemdelingentoezicht
Eiseres, een Chinese vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen. Verweerder wees dit af omdat eiseres zich langer dan drie maanden onttrok aan het toezicht van de IND, COa en Vreemdelingenpolitie, wat een vereiste is voor toepassing van de regeling.
De rechtbank oordeelt dat eiseres zich inderdaad niet actief heeft gemeld bij deze instanties en dat het niet melden haar in redelijkheid kan worden tegengeworpen. Het feit dat zij wel in beeld was bij gemeentelijke instanties, die geen vreemdelingentoezicht houden, doet hieraan niet af. Ook de stelling dat zij niet wist van de meldplicht faalt.
De rechtbank stelt dat het onderscheid tussen vreemdelingen die wel en niet actief in beeld zijn bij de genoemde rijkstoezichthouders gerechtvaardigd is en niet in strijd met artikel 14 EVRM Pro. Verder is er geen sprake van schending van artikel 8 EVRM Pro over het recht op gezinsleven, mede omdat het verblijf van eiseres en haar dochter illegaal was en terugkeer naar China mogelijk is.
Ook het beroep op de hardheidsclausule en de inherente afwijkingsbevoegdheid faalt. De rechtbank concludeert dat verweerder in redelijkheid het besluit tot afwijzing heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.