ECLI:NL:RBDHA:2014:8238
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht in belastingzaak
Eiser heeft een inkomensverklaring aangevraagd en ontvangen van de Raad voor Rechtsbijstand, bedoeld voor vermindering van griffierechten. Echter, deze verklaring geldt niet voor vermindering van het griffierecht dat op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt geheven bij bestuursrechtelijke beroepszaken.
Eiser stelde beroep in tegen een besluit op basis van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen, waarbij het verlaagde griffierecht van €44 van toepassing was. Dit bedrag is niet betaald, waarna het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Eiser maakte verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, met het argument dat de inkomensverklaring een vermindering van het griffierecht rechtvaardigde. De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijke inkomen van eiser en zijn echtgenote ruim €90.000 bedraagt, waardoor geen sprake is van een wezenlijke belemmering van de toegang tot de rechter.
Daarom is het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 12 juni 2014.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet betalen van het griffierecht.