Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2014 in de zaak tussen
[X] N.V., gevestigd te [P], eiseres
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een naamloze vennootschap, heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd meegedeeld dat de loongerelateerde WGA-uitkering van een werknemer per 26 juni 2010 is geëindigd en dat deze werknemer in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullingsuitkering. Eiseres had zich als garantsteller verbonden voor de Stichting X, een eigenrisicodrager die failliet is verklaard.
Het bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres volgens verweerder slechts een afgeleid belang heeft en niet rechtstreeks in haar belangen wordt getroffen door het besluit. Eiseres stelde dat door het faillissement van de Stichting een zelfstandige rechtsverhouding tussen haar en verweerder is ontstaan, waardoor zij wel degelijk direct belanghebbende is.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 1:2 lid 1 Awb Pro alleen degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken als belanghebbende kan worden aangemerkt. Het enkele feit dat eiseres als garantsteller een betalingsverplichting heeft jegens verweerder, vloeit voort uit een privaatrechtelijke overeenkomst en geeft haar geen rechtstreeks belang bij het primaire besluit. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank spreekt het beroep zonder nader onderzoek uit kennelijk ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Verbeek op 8 januari 2014.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen direct belanghebbende is bij het primaire besluit.