ECLI:NL:RBDHA:2014:7904
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod strafrechtelijke ontruiming gekraakt pand
Eiser bewoont sinds februari 2014 een pand zonder toestemming van de eigenaar, die aangifte deed van kraken. De Staat kondigde een strafrechtelijke ontruiming aan op grond van artikel 138a Sr en artikel 551a Sv. Eiser vordert een verbod op deze ontruiming totdat een strafrechter de wederrechtelijkheid van zijn verblijf heeft vastgesteld en een belangenafweging heeft plaatsgevonden.
De rechtbank stelt vast dat de wetgeving strafrechtelijke ontruiming op verdenking van kraken toestaat zonder onherroepelijke veroordeling. De belangenafweging die eiser verlangt, kan alleen slagen als hij concrete feiten aanvoert die afwijken van de wettelijke afweging. Eiser betoogt dat de eigenaar geen belang heeft bij ontruiming omdat het pand leegstaat en achterstallig onderhoud heeft, maar de Staat toont aan dat de eigenaar het pand wil betrekken of verkopen en een bruikleenovereenkomst heeft gesloten met een derde.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende feiten heeft aangevoerd om zijn belang te laten prevaleren boven dat van de Staat en de eigenaar. De wettelijke regeling en het beleid van het Openbaar Ministerie worden als rechtmatig beschouwd. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verbod op strafrechtelijke ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.