ECLI:NL:RBDHA:2014:7243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Somalische zeepiraat in afwachting van beroepsprocedure asiel
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een Somalische zeepiraat die tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en een opgelegd inreisverbod beroep had ingesteld. De staatssecretaris was voornemens hem op 17 juni 2014 uit te zetten naar Somalië, ondanks het lopende beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot schorsing van de uitzetting spoedeisend was, omdat de uitzetting onomkeerbare gevolgen kan hebben en de beroepsprocedure nog niet was afgerond. Er was een arguable claim dat terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt, mede gelet op de melding aan Somalische autoriteiten over zijn veroordeling wegens zeeroof.
De voorzieningenrechter verwierp het standpunt van de staatssecretaris dat de spoedige behandeling aan de verzoeker zelf te wijten was en benadrukte het belang van zorgvuldige procesrechtelijke behandeling. De schorsing werd toegewezen als ordemaatregel zonder inhoudelijke beoordeling van het beroep. Tevens werd de verzoeker vrijgesteld van griffierecht en werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt geschorst totdat op het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is beslist.