ECLI:NL:RBDHA:2014:7086
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing alleenstaande-ouderkorting wegens gezamenlijke huishouding met familie
Eiseres, ongehuwd en moeder van een dochter, vroeg voor het jaar 2011 de alleenstaande-ouderkorting aan bij de Belastingdienst. Zij woont samen met haar dochter op hetzelfde adres als haar ouders en broer, die ook op dat adres staan ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. Verweerder stelde de navorderingsaanslag vast zonder de alleenstaande-ouderkorting toe te kennen, waarna eiseres beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het begrip gezamenlijke huishouding beperkt moet worden uitgelegd en dat alleen bij een op zuiver commerciële gronden stoelende betrekking geen gezamenlijke huishouding bestaat. Omdat eiseres met eerste- en tweedegraads familie samenwoont, is er sprake van een gezamenlijke huishouding binnen de familiesfeer, ondanks dat zij een huurovereenkomst heeft en een financiële bijdrage levert.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het begunstigende beleid voor de alleenstaande-ouderkorting sinds 2004 is beëindigd en eiseres in eerdere jaren geen beroep op de korting heeft gedaan. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de alleenstaande-ouderkorting af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de alleenstaande-ouderkorting wordt geweigerd.