ECLI:NL:RBDHA:2014:6944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek asiel na eerdere onherroepelijke afwijzing
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een eerste asielaanvraag in november 2010 die werd afgewezen. Deze afwijzing werd bevestigd door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In november 2013 diende eiser een hernieuwde asielaanvraag in, waarbij werd gesteld dat het eerdere besluit in strijd was met het Unierecht, met name artikel 6 van Pro Verordening (EG) 343/2003 zoals uitgelegd in een arrest van het Hof van Justitie uit 2013.
Verweerder verleende op de hernieuwde aanvraag een verblijfsvergunning met ingang van de datum van de nieuwe aanvraag. Eiser stelde beroep in tegen de aanvangsdatum van de vergunning en het niet erkennen van de aanvraag als herzieningsverzoek. De rechtbank oordeelde dat het eerdere besluit niet berust op een onjuiste uitleg van het gemeenschapsrecht, omdat het relevante artikel 6 niet Pro in eerdere procedures was aangevoerd of onderzocht.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak, en concludeerde dat verweerder niet verplicht was terug te komen op het eerdere besluit. De vergunning is correct verleend vanaf de datum van de hernieuwde aanvraag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herhaalde asielaanvraag is terecht als nieuwe aanvraag behandeld met vergunning vanaf de datum van ontvangst.