ECLI:NL:RBDHA:2014:6536
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij intrekking verblijfsvergunning
Eiser, een Turkse staatsburger, had een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd die op 8 april 2013 werd ingetrokken. Tegen dit besluit maakte hij bezwaar, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Eiser stelde dat hij door een zwervend bestaan en psycho-sociale problemen niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het niet tijdig indienen van het bezwaar.
De rechtbank overwoog dat de bezwaartermijn van vier weken begon te lopen op 9 april 2013, de dag na bekendmaking van het besluit. Het bezwaar van eiser werd pas op 17 september 2013 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. De rechtbank oordeelde dat eiser verantwoordelijk was voor het doorgeven van adreswijzigingen en dat het niet tijdig indienen van het bezwaar voor zijn rekening kwam.
De omstandigheden van een zwervend bestaan en psycho-sociale problemen leidden niet tot een ander oordeel, omdat eiser gedurende langere tijd bij vrienden en familie verbleef en niet aannemelijk had gemaakt dat hij geheel niet in staat was zijn belangen te behartigen. De overschrijding van de termijn was daarom niet verschoonbaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.