ECLI:NL:RBDHA:2014:5583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- S.E. Postema
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging pseudo-eindheffing hoog loon niet strijdig met wet en EVRM
Eiseres heeft in 2012 aan werknemers met een loon boven €150.000 bonussen toegekend en hierover in maart 2013 de pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen. Zij betwist de heffing op grond van strijd met de wetssystematiek, artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 26 van Pro het IVBPR.
De rechtbank overweegt dat artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 uitdrukkelijk bepaalt dat de pseudo-eindheffing in afwijking van andere bepalingen wordt geheven. De heffing is daarmee wettelijk gegrond en voorzienbaar. De rechtbank oordeelt verder dat de heffing geen ontoelaatbare inbreuk vormt op het eigendomsrecht zoals bedoeld in het EVRM, mede gelet op de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever in het belastingrecht en de noodzaak van budgettaire maatregelen.
Ook het beroep op artikel 26 IVBPR Pro, dat discriminatie verbiedt, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat de wetgever een redelijke grond had om te kiezen voor een werkgeversheffing en dat de regeling niet willekeurig is. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de pseudo-eindheffing hoog loon.