Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
inde periode van 17 september 2006 tot en met 11 september 2012 te Den Haag tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) heeft bewogen tot de afgifte van een document als bedoeld in artikel 9 Vreemdelingenwet Pro, voor verblijf bij een partner die EU-onderdaan is, hierin bestaande dat verdachte tezamen met verdachtes mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid heeft aangegeven dat hij een duurzame relatie en
eengemeenschappelijk huishouden had met [slachtoffer 1] (met de Litouwse nationaliteit) en ter onderbouwing daarvan diverse documenten heeft
getoond en overgelegdwaardoor de IND werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
,verdachte
,wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachte(n)
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
4 (vier) MAANDEN;