ECLI:NL:RBDHA:2014:5152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.J. Overdijk
- G.P. Verbeek
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vermogensgrondslag eigen bijdrage AWBZ bij vruchtgebruik
Eiseres, een weduwe met vruchtgebruik op kindsdelen van een erfenis, betwist de berekening van haar eigen bijdrage AWBZ. De eigen bijdrage is vastgesteld op basis van haar inkomen en vermogen, waarbij het vermogen wordt bepaald volgens de grondslag sparen en beleggen uit box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Eiseres stelt dat het Bijdragebesluit zorg (Bbz) in strijd is met artikel 6, vierde lid, AWBZ omdat het vermogen waarop vruchtgebruik rust mee wordt genomen, terwijl zij meent dat dit niet is toegestaan. De rechtbank overweegt dat het recht van vruchtgebruik een vermogensrecht is en dat het belastingrecht dit vermogen belast bij degene die het vruchtgebruik heeft, conform de maatschappelijke realiteit in erfrechtelijke situaties.
De rechtbank concludeert dat de wetgever bewust heeft gekozen om aan te sluiten bij het fiscale regime van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarbij het vermogen in volle eigendom en het niet-opeisbare vermogen onder vruchtgebruik worden meegenomen. Hierdoor is het Bbz in lijn met artikel 6, vierde lid, AWBZ. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ wordt ongegrond verklaard.