ECLI:NL:RBDHA:2014:5011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens disproportionele inbreuk op gezinsleven
Eiser, die op jonge leeftijd in het kader van gezinshereniging naar Nederland kwam en meer dan 20 jaar rechtmatig verbleef, kreeg zijn verblijfsvergunning regulier ingetrokken en een inreisverbod van 10 jaar opgelegd vanwege meerdere veroordelingen voor ernstige misdrijven.
De rechtbank toetste het besluit aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Hoewel eiser voldeed aan de criteria voor intrekking en inreisverbod, oordeelde de rechtbank dat het opgelegde inreisverbod een disproportionele inbreuk vormde op het recht op familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat eiser in Nederland geworteld is, met sterke familiebanden en minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit. De ernst van de misdrijven rechtvaardigde volgens de rechtbank geen zeer uitzonderlijke situatie die een uitzetting na ruim 20 jaar verblijf zou rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning herroepen, waardoor de verblijfsvergunning van eiser herleefde. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning worden herroepen wegens disproportionele inbreuk op het familie- en gezinsleven.