ECLI:NL:RBDHA:2014:421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening militair invaliditeitspensioen met schadevergoeding verlies aan verdienvermogen afgewezen
Op 7 oktober 2004 is verzoeker, voormalig beroepsmilitair in dienst van Faber, ernstig gewond geraakt door een val van een ladder tijdens werkzaamheden. Faber erkende de aansprakelijkheid volledig. Verzoeker ontvangt sinds 2006 een militair invaliditeitspensioen van het ABP, dat na herkeuring is verlaagd.
Er ontstond een geschil over de vraag of dit invaliditeitspensioen verrekend moet worden met de schadevergoeding voor verlies aan verdienvermogen. Verzoeker stelde dat het pensioen verband houdt met eerdere militaire dienst en niet met het bedrijfsongeval, en daarom niet verrekend mag worden. Verweersters, waaronder Achmea, waren van mening dat verrekening wel op haar plaats is.
De rechtbank oordeelde dat het invaliditeitspensioen een uitkering is ter vergoeding van inkomensschade en daarmee dezelfde schade dekt als waarvoor Faber aansprakelijk is. De medische rapporten tonen aan dat de beperkingen niet alleen militair maar ook voor reguliere functies gelden en verband houden met het ongeval. Daarom is verrekening gerechtvaardigd. Het verzoek wordt afgewezen.
Daarnaast begroot de rechtbank de proceskosten op €3.130 en veroordeelt Achmea tot betaling hiervan, omdat verzoeker zich in redelijkheid tot de deelgeschillenrechter kon wenden en de uitkomst niet vooraf duidelijk was.
Uitkomst: Het verzoek tot niet-verrekening van het militair invaliditeitspensioen met de schadevergoeding wordt afgewezen.