ECLI:NL:RBDHA:2014:3847
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van seksuele gerichtheid
Verzoeker, een Georgische burger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn seksuele gerichtheid. Na afwijzing van deze aanvraag door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, stelde verzoeker beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening tegen uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van verzoeker geloofwaardig is, maar dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is. Verweerder had onvoldoende onderbouwd waarom verzoeker op maatschappelijk en sociaal gebied zou kunnen functioneren ondanks zijn psychische klachten, bedreigingen en mishandelingen in Georgië.
Daarnaast was de motivering omtrent de mogelijkheid van bescherming door de Georgische autoriteiten ontoereikend. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met recente rapporten en de verslechterde situatie na 2012. Ook de individuele omstandigheden van verzoeker, waaronder psychiatrische problematiek en het onvermogen effectief bescherming te vragen, waren onvoldoende onderzocht.
Gelet op deze tekortkomingen werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.