ECLI:NL:RBDHA:2014:376

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2014
Publicatiedatum
15 januari 2014
Zaaknummer
C-09-454935 - JE RK 13-2937
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BWWet op de jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens noodzakelijke gezinsvoogd inzet

De rechtbank Den Haag heeft op 6 januari 2014 besloten de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen verblijven feitelijk bij hun moeder, die het ouderlijk gezag alleen uitoefent. De Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling die oorspronkelijk liep van 15 januari 2013 tot 15 januari 2014.

De moeder was niet aanwezig bij de zitting, maar werd geacht goed te zijn opgeroepen. De kinderrechter stelde vast dat de gronden voor ondertoezichtstelling zoals genoemd in artikel 1:254 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek nog steeds aanwezig zijn. De noodzaak van de inzet van een gezinsvoogd blijft bestaan om de moeder te stimuleren gebruik te maken van de geboden hulpverlening.

Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd voor de periode van 15 januari 2014 tot 15 januari 2015, met behoud van de betrokken Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen de wettelijke termijn.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd voor één jaar met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Kinderrechter
Rekestnummer: JE RK 13-2937
Zaaknummer: C/09/454935
Datum beschikking: 6 januari 2014

Verlenging ondertoezichtstelling

Beschikking op de op 19 november 2013 ingekomen verzoekschriften van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Zoetermeer (verder: Bureau Jeugdzorg),
met betrekking tot de minderjarigen:
1.
[minderjarige 1],geboren op [geboortedag 1] te [geboorteplaats 1]
2.
[minderjarige 2]geboren op [geboortedag 2]2008 te [geboorteplaats 2]
3.
[minderjarige 3],geboren op [geboortedag 3] 2009 te [geboorteplaats 3]
kinderen van:
[mevrouw A],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
die het ouderlijk gezag alleen uitoefent.
Als belanghebbende in deze procedure wordt tevens aangemerkt:
[de heer B]
,
de biologische vader (verder de vader),
wonende te [woonplaats].
De minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de verzoekschriften met bijlagen
Op 6 januari 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij is verschenen:
- de heer [gezinsvoogd], namens Bureau Jeugdzorg.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 15 januari 2013 de minderjarigen onder toezicht gesteld van 15 januari 2013 tot 15 januari 2014.

Verzoek

De verzoeken strekken tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de periode van één jaar.

Beoordeling

De moeder is niet verschenen, doch blijkens de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie is de moeder, ten tijde van de oproeping ter terechtzitting te verschijnen, op voornoemd adres woonachtig. De kinderrechter acht de moeder derhalve goed opgeroepen.
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de inzet van een gezinsvoogd nog noodzakelijk is om de moeder te kunnen blijven stimuleren om van de aangeboden hulpverlening gebruik te kunnen blijven maken.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen van 15 januari 2014 tot
15 januari 2015 met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J.M. Weijnen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2014, in tegenwoordigheid van A.U. Hatuina als griffier.
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen
drie maandenna de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.