ECLI:NL:RBDHA:2014:3300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting café Liberty wegens handel in drugs
De burgemeester van Den Haag heeft op 6 maart 2014 besloten café Liberty voor twaalf maanden te sluiten en de exploitatievergunning in te trekken vanwege de vondst van grote hoeveelheden soft- en harddrugs tijdens een politiecontrole op 25 februari 2014. De aangetroffen hoeveelheden overschreden de gebruikershoeveelheden en duidden op handel, waaronder 86 gram hasj en 16,8 gram cocaïne in geheime ruimtes achter de bar.
De eigenaar van het café verzocht de voorzieningenrechter om deze sluiting ongedaan te maken. Hij betwistte zijn betrokkenheid bij de handel en stelde dat de drugs al aanwezig waren vóór zijn overname in 2012. Tevens voerde hij aan dat er geen overlast was voor de buurt en dat de procedure onzorgvuldig was verlopen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de burgemeester bij handhaving van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van de eigenaar. De politie-rapportage werd als betrouwbaar beschouwd, ondanks het ontbreken van alle onderliggende processen-verbaal. De aangetroffen hoeveelheden drugs waren handelshoeveelheden en de betrokkenheid van de eigenaar werd aannemelijk geacht.
De rechter vond de sluiting van twaalf maanden proportioneel gezien de ernst van de feiten en het beleid van de gemeente. Ook werd geoordeeld dat de zienswijzeprocedure voldoende zorgvuldig was verlopen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van café Liberty wegens handel in drugs wordt afgewezen.